In de jaren vijftig haalde een Haagse bankierszoon de krantenkoppen. Hij was in z'n eentje het oerwoud van Venezuela ingetrokken waar hij, ziek en uitgeput, gered werd door indianen. Vervolgens bleef hij in de wildernis plakken en stichtte er als Jungle Rudy met z'n gezin het vakantieparadijs Ucaima, dat bezoek kreeg van de groten der aarde. Rob Smits ging op zoek naar de in 1994 overleden Jungle Rudy. Zijn tweede dochter Gaby beheert tegenwoordig Ucaima. Ze beschikt over dozen familiefilmpjes, cassettebandjes en brieven, waaruit Smits rijkelijk geput heeft. Afgewisseld met adembenemende natuuropnamen ontstaat een psychologisch portret van een rusteloze man, die zich losmaakte van zijn achtergrond, om deze vervolgens naar het Venezolaanse oerwoud te verplaatsen. Hij verliet zijn Oostenrijkse vrouw voor een bestaan als playboy in Caracas, maar plengde bittere tranen bij haar dood. Eén van zijn dochters zegt: 'Over persoonlijke dingen praten leek wel verboden'. Maar op hun beurt komen Rudy's drie dochters niet los van hun wortels.