Twee gescheiden ouders hebben geen grip op hun zeventienjarige zoon, die een adolescentiecrisis doormaakt. Hij keert zich af van de buitenwereld en trekt zich terug in een ondoordringbaar zwijgen. In hun onmacht tot contact verliezen vader en moeder zich ondertussen in het kwetsen van elkaar en het oprakelen van oude frustraties. Ze praten veel maar luisteren nauwelijks. Tussenstand is een strak gestructureerde, hermetische en contrastrijke film, die drijft op een stortvloed aan woorden en de oorverdovende stiltes daartussen. De reeks emotionele gesprekken die de ouders in de hippere horecagelegenheden van de grote stad met elkaar en met hun vrienden en collega's voeren, wordt afgewisseld met het zelfverkozen isolement van de zoon in het steriele appartement waar hij met zijn moeder woont. De camera registreert met afstandelijke beelden en harde close-ups, waarmee de acteurs hun kwaliteiten als karakteracteurs voluit kunnen etaleren.